Dit heeft Cedric geleerd van het schrijven van een handboek breaking

Foto van Unsplash.

WERKPLEZIER & DIDACTIEK | In de rugzak van breakers vind je dezelfde voorwerpen terug: sneakers, water, deo en een schriftje, vaak niet in goede staat. In ‘The little black book’ komen doorheen de jaren hun creaties terecht. Cedric’s little black book - dat eigenlijk rood was - is voor hem een onmisbaar handboek geworden voor het lesgeven in break. En een belangrijk hulpmiddel voor leerlingen die van een theoretische aanpak houden. Want ook ‘denkers’ kunnen goede dansers worden! 

The Break Book

In 2008, ergens in mijn eerste seizoen breaking, vind ik in het bureau van mijn geliefde moeder een A5-formaat Atoma schrift. Het soort ringband schrift waar je bladeren kan uithalen en opnieuw insteken. Op de kartonnen, rode kaft schrijf ik in hoekige hanenpoten: Danko’s Break Book. Danko was destijds mijn Bboy-naam.

Elk woord begint aan de linkerkant van de kaft met grote letters en eindigt in kleine letters om het volledige woord te doen passen. Pagina één, de inhoudstafel: Toprock, Footwork, Freezes, Powermoves. Pagina twee: Toprock. Vet onderlijnd, omcirkeld en met lijnen die uit de cirkel naar de randen van het blad lopen. Ondertitel: Basic Moves - ja, elk zelfstandig naamwoord werd met een hoofdletter geschreven - met daaronder alle moves die daaronder thuishoren. Pagina drie, vier en vijf volgen in hetzelfde stramien.

Fast forward naar 2022. Aan het begin van mijn elfde seizoen als docent breaking, wacht ik in mijn eigen woonkamer geduldig op onze gammele printer die probeert 58 bladzijden dubbelzijdig af te drukken: The Break Book. Pagina 1: de inhoudstafel: 

  • Introductie

  • Muzikaliteit

  • Creativiteit

  • Training

  • Structuur van een Set

  • Storytelling in Dans

  • Battling

  • Cyphering

  • Partnering

  • Teaching

  • Judging

  • History

  • List of Moves and their Precursors

  • Detail on Fundamental Moves

  • Basic Breaking Exercises

  • Creative Concepts

  • Training Methods

Tussen de eerste en laatste versie bestaan er zes volledig volgeschreven Atoma schriften en vijf eerdere digitale versies. Versies die allemaal in een hoekje van mijn persoonlijke danszaal stof liggen te vergaren. Ik ben iemand die graag een theoretische basis heeft om op terug te vallen en in hiphop is dat nu eenmaal ‘the little black book’. Het kleine schriftje dat elke creatieveling gebruikt om zijn creaties in bij te houden. Of in mijn geval, de kleine bibliotheek aan notities, hersenspinsels, choreografieën en talloze andere neergeschreven krabbels en afgedrukte documenten over dans.

Als het printen gedaan is lees ik het werk na en begin ik onmiddellijk woorden te schrappen, pijlen te trekken en kleine toevoegingen te doen. Voer voor mijn volgende versie van een boek dat waarschijnlijk nooit echt klaar zal zijn. Er komt misschien een dag dat ik geen ruimte voor verbetering meer zie, maar dat einde is nog lang niet in zicht. 

Doorheen al die jaren zijn er echter wel heel wat andere zaken aan de horizon verschenen.  Fragmenten van inzicht en klompjes wijsheid die zich anders nooit zo gemakkelijk hadden laten vangen. Zoals dat ik niet de enige danser ben die analytisch is aangelegd.

Behoefte aan een theoretische basis

Doorheen de jaren heb ik bij sommige leerlingen hetzelfde gemerkt als bij mijzelf; de noodzaak voor een theoretische basis. In mijn jaren als lesgever ben ik - buiten mezelf - nog heel wat leerlingen tegengekomen die ook wat theorie en achterliggende principes nodig hebben voor ze echt begrijpen en voelen waar het om gaat.

Ik heb één leerling bij wie dat sterk speelt. Een weinig begenadigd danser, soms zeer stijf en hoekig, maar een enorm sterke redenaar. Hij is uitzonderlijk creatief, bedenkt elke training opnieuw wel iets interessants en heeft totaal geen filter over goede of slechte creaties tot ze zijn uitgeprobeerd. 

Op een dag, tijdens een vrije training in de zomer, komt hij naar mij toe met de vraag: “Hoe kan ik muzikaler dansen?” Ik geef hem mijn break book (tweede versie destijds) en laat hem de paragrafen over muzikaliteit lezen. Hoe zit ritme in elkaar, in welke elementen is de muziek onderverdeeld, en op welke manier komt dans samen met muziek? Of anders gezegd: waar zit die connectie? Tien minuten gaan voorbij in stilte voordat hij mijn break book zonder een woord te zeggen teruggeeft. Hij gaat terug naar zijn plek in de zaal, in gedachten verzonken, en traint verder. 

Aan het einde van diezelfde training volgt er een cypher. Wanneer hij danst zie ik bijna punt per punt die elementen terugkomen in zijn dans die ik zelf heb neergeschreven. 

Het meest opvallende was wat ik noem ‘respecteer de muziek’. Daarin argumenteer ik dat de moeilijkheidsgraad van een beweging altijd van secundair belang is ten opzichte van de muziek. Beter een gemakkelijke beweging die volmaakt met de muziek klikt, dan iets moeilijk dat slechts beperkt aan de muziek raakt. Hij voert nauwelijks powermoves uit - het spectaculairdere deel van breaking - en focust op zijn zwakste kant: footwork. Zijnuitvoering blijft technisch vrij basic. Maar de connectie met de muziek is zodanig sterk dat hij van de anderen een zekere appreciatie krijgt tijdens de cypher!

Naderhand komt hij naar mij toe, nog steeds in gedachten verzonken, en zegt terloops: “Dat was de eerste keer in een cypher dat ik mij een danser voelde, ‘s wel nice.” Waarna hij mijn hand schudt, “Thanks” zegt, en de training verlaat.

Find your own way

Bijna elke keer dat ik een workshop volg kom ik tegenover een danser te staan die uitlegt hoe zijn creatief proces in elkaar zit, gevolgd door de oefeningen die hij of zij daarin ontwikkeld heeft. Wat na een tijd begon op te vallen is dat er evenveel creatieve processen zijn als dat er dansers zijn.

Bboy Kleju bijvoorbeeld werkt bijna uitsluitend met ‘Reach’, een concept waarbij je met je arm of been zo ver mogelijk reikt zonder je te verplaatsen. Op een gegeven moment val je en dat momentum gebruikt hij om iets mee te creëren. Bboy Spin werkt met ‘Rule of three’. Daarin bestaat elke combinatie van bewegingen uit drie stilstaande poses die je zo snel mogelijk met elkaar combineert en die onderling een duidelijk contrast moeten hebben. 

Na achttien workshops van achttien verschillende breakers heb ik achttien manieren om dans te creëren. Waarvan de ene de andere nog wel eens tegenspreekt... Ik heb ze ook allemaal uitgeprobeerd, maar zelf heb ik nooit gedacht: tthat’s it! Achttien manieren om iets juist te doen en nog doe ik het voor mijn gevoel verkeerd, omdat het het niet mijn manier is. 

Als docent leg ik mijzelf dan ook andere vereisten op dan de meeste workshops die ik gevolgd heb. Ik probeer geen waarheid te prediken, maar ik probeer mijn leerlingen zelf op zoek te laten gaan naar het pad dat voor hen individueel het beste is. Mijn eigen handboek staat ondertussen zodanig vol van wegen dat ik er altijd wel in slaag een leerling op pad te houden. Uiteindelijk leiden ook alle wegen naar Rome, je moet alleen de juiste richting uit gaan. 

Mijn handboek was de leidraad om mijn lessen te veranderen. Niet vanuit een this is the way-filosofie, maar vanuit een find your own way-denkwijze. 

Los van de inhoud is het boek voor mij vooral een houvast geworden, zowel binnen als buiten de danszaal. Het is nu eenmaal veel gemakkelijker om in de kantlijn van jarenlang dansonderzoek over dans na te denken, dan op een wit blad papier. Een training die slecht of ongeïnspireerd loopt kan op elk moment gereanimeerd worden met een herinnering aan een workshop, een oefening of een creatief concept die mooi uitgeschreven in mijn rugzak ligt te wachten. 

Het voelt nog het meest aan als een zelfgemaakte landkaart. Misschien niet 100% accuraat, maar wel wat ik soms nodig heb om mijn weg terug te vinden. 

Theoretisch kader: leerstijlen

Door Jacqueline de Kuijper

Toen Cedric bij mij solliciteerde als redacteur, herkende ik in hem een gelijke. Een danser die analytisch is en veel nadenkt over wat hij doet en waarom, en hoe hij het beste kan lesgeven. Ik ben dan ook erg blij met deze blog, waarin hij benadrukt dat iedereen op een andere manier leert, en dat sommige dansers veel sneller leren als je hun honger naar een theoretisch basis voedt. 

Zelf heb ik ooit een dansdocent gehad die zei dat ik een denker was en dat dansers doeners zijn. De implicatie was dat ik daarom nooit een goede danser zou zijn. Ik herinner me dat ze dat ook letterlijk zo heeft gezegd, maar misschien heb ik dat er zelf van gemaakt. Traumatisch was het in ieder geval wel. Ik vertel hierover in in de rubriek Op de dansacademie: ‘Dansers zijn doeners, geen denkers’.

Maar waar haalde mijn dansdocent dit absurde denkbeeld vandaan? Ergens was ik het ook toen al totaal niet met haar eens. Maar ik was jong en een brave leerling, en zij was een ervaren en alom gerespecteerde dansdocent. Ze bracht me aan het twijfelen over mijn talent en ik verloor dat jaar mijn dansplezier. Pas toen ik het boekje Dans in samenhang las van Vera Bergman viel het kwartje. Want daar zag ik weer die twee termen staan in een stukje over leerstijlen:

Een leerstijl is de manier waarop iemand leert. De een is wat meer een denker, de ander meer een doener. Sommige mensen houden zich liever wat op de achtergrond en nemen de zaken waar; een vierde type zijn de praters, de actievelingen, altijd bezig met plannen en organiseren.
— Vera Bergman

Een leerstijl gaat dus over hoe iemand het liefst informatie tot zich neemt. Het zegt niks over wat geleerd kan worden!

Zowel doeners als denkers kunnen goede dansers worden, maar ze hebben ieder wel een andere didactische benadering nodig. Het probleem, naar mijn mening, is dat veel dansdocenten doeners zijn (omdat binnen de dansopleidingen de doeners zijn gestimuleerd en de denkers niet - zoals ik). En zonder pedagogische scholing geven die dansdocenten les zoals zij zelf graag leren en les hebben gehad: volgens de doener-methode. De denkers raken dan gefrustreerd en druipen af. 

Maar dat is toch ZONDE?! Dat is dan ook één van de redenen dat ik Dansdocent.nu heb opgericht. Ik wil dansdocenten stimuleren en inspireren om zichzelf verschillende didactische benaderingen eigen te maken. Oftewel, op verschillende manieren les te leren geven. Zodat iedereen met een passie voor dans zich in de les gezien, begrepen en gewaardeerd voelt. Want het is de verantwoordelijkheid van een (dans)docent om op al die verschillende leerstijlen in te kunnen spelen. 

Dus heb je een ‘denker’ bij jou in de les staan? Ga dan eens na de les met die leerling in gesprek, en reik ze eventueel een relevant boek of documentaire aan.

Bronnen

  • Bergman, V. (2003). Dans in samenhang. (herziene druk). Utrecht, Nederland: Kunstconnectie.


WERKPLEZIER & DIDACTIEK

Over één ding zijn dansdocenten het allemaal eens: wat een uitdagend en veelzijdig beroep hebben wij! Door middel van dans kunnen wij leerlingen begeleiden in hun algemene leerproces. Aan de hand van verschillende didactische werkwijzen leren we ze elke keer dat stapje meer. En dat geeft ons voldoening. Als dansdocent sta je er echter ook vaak alleen voor. Het is vaak creatief zoeken naar oplossingen voor de problemen waar je tegenaan loopt. Hoe bereid je je schooljaar voor? Hoe ga je te werk binnen verschillende contexten? Hoe gaan we de eindvoorstelling vormgeven? Maar vooral… Hoe behoud ik plezier in mijn beroep? Dat alles lees je in de rubriek ‘Werkplezier & Didactiek’!

Cedric van Eesbeeck

Cedric Van Eesbeeck is redacteur Werkplezier & Didactiek. Als dansdocent geeft hij sinds 2012 les breaking aan kinderen, tieners en volwassenen. Als danser is hij in 2007 begonnen met breaking, maar zijn tochten hebben hem ook naar hiphop, jazz en showdance gebracht. Hij is verbonden met de Leuvense scene en actief in danswedstrijden in België. Daarnaast behaalde hij twee bachelors in bedrijfsmanagement en is hij werkzaam in de verzekeringsmakelarij. Zijn weinige vrije tijd gaat naar koken, moestuinieren en het schrijven van verhalen. Voor Dansdocent.nu reflecteert hij op zijn ervaringen als autodidactische dansdocent.