3 suggesties van Cedric om je leerlingen te inspireren te blijven dansen

Cedric van Eesbeeck. Fotograaf: Leentje Verhaegen

WERKPLEZIER & DIDACTIEK | Waarom stoppen sommige leerlingen met dansen? Hoe houd je ze betrokken bij je dansles? En hoe inspireer je hen om een leven lang te blijven dansen, of zelfs professioneel danser te worden? Dat zijn vragen die Cedric van Eesbeeck als autodidactische dansdocent bezig houden. Gaandeweg heeft hij drie manieren ontdekt om de interesse van zijn leerlingen te wekken en te behouden, in de hoop dat dans altijd een onderdeel van hun leven zal blijven.

Waarom stoppen sommige leerlingen met dansen?

Enkele jaren geleden zat er een jongeman in mijn les breaking die technisch en fysiek een uitzonderlijk hoog niveau haalde en bovendien ook nog eens muzikaal was aangelegd. Hij had twee oudere zussen die in wedstrijdteams zaten en ook zijn ouders steunden hem volledig. Ik nam daarom aan dat hij vast en zeker verder zou willen gaan met dans - en mijn lessen zou willen blijven volgen. Maar op een dag was hij ‘verdwenen’. Hij had zich niet ingeschreven voor het nieuwe jaar en via via hoorde ik dat hij atletiek was gaan doen. Ik was hier totaal door verrast.

Toen ik in 2012 begon met lesgeven - zonder daarvoor te zijn opgeleid - begon ik met een eenvoudige filosofie. Mijn leerlingen moesten twee dingen doen: keihard werken én plezier maken. Ik vertrok vanuit het idee dat als ze de les leuk vonden en beter werden, ze vanzelf zouden groeien naar volwaardige dansers die hun eigen weg konden vinden: optreden, deelnemen aan wedstrijden, lesgeven, of welke richting dan ook. Ik dacht dat als een leerling eenmaal een bepaald niveau had behaald, die vanzelf ook een volwaardig lid van de danswereld zou willen worden. Ikzelf begon met lesgeven toen mijn voorgangers ermee ophielden, maar evengoed zouden ze een professionele dansopleiding kunnen gaan volgen, zich bij een crew of dansgezelschap aansluiten, of een eigen dansschool beginnen oprichten. 

Hoewel de jongeman hierboven één van de meest opvallende verdwijners was, was hij zeker niet de enige. Elk jaar waren er wel enkele leerlingen die na een jaar vol vooruitgang plotseling ophielden. Hierdoor moesten aan het begin van elk seizoen mijn zorgvuldig ingedeelde groepen en toekomstplannen weer aangepast worden. Op professioneel vlak was dit jammer, maar ook persoonlijk kon dit heftig binnenkomen. Ik werd er onzeker van en stelde mezelf dan steeds maar weer de vraag wat ik fout had gedaan. Ik wilde weten waardoor ik een leerling had verloren, zodat ik het kon gaan voorkomen 

Dans is voor mij persoonlijke ontwikkeling

Is dans dan de enige tijdsbesteding die waardevol is? Natuurlijk niet. Kunnen of mogen leerlingen geen passies beleven buiten dans? Natuurlijk wel. Zelf heb ik tientallen passies die mij bezighouden, los van dans. Waarom is het dan erg om leerlingen op deze manier te verliezen? Voor mij is die reden eenvoudig. Ik ben zelf door dans ontwikkeld, gegroeid en gevormd tot wie ik nu ben. Ik weet wat de waarde van dans kan zijn in het ontwikkelen van een kind tot een creatief, sterk en zelfstandig persoon. En ik weet dat ik kinderen kan helpen die weg ook te bewandelen! 

Los van mijn eigen redenen denk ik dat elke docent voor zichzelf een diepe waarheid moet vinden om een passie over te kunnen brengen. Net zoals elke docent moet begrijpen dat dans nooit het einddoel mag zijn van een les. Elke danser is ook mens, met alle lasten en moeilijkheden die dat inhoudt. Meesterschap van dans is in mijn ogen een stap naar meesterschap van jezelf. Voor mij is de kern van lesgeven altijd hetzelfde: ik leer kinderen mens zijn. En de beste manier die ik te bieden heb om die persoonlijke ontwikkelen te stimuleren is dans. 

Ondanks mijn overtuiging en het vuur waarmee ik zelf train en danslessen geef aan anderen, waren er in het begin weinig leerlingen die zich in die richting ontwikkelden. Dus begon ik dieper na te denken over de inhoud van mijn lessen: het vuur was er binnen in mij, maar wat zijn de middelen die ik kon gebruiken om de vonk te doen overslaan bij mijn leerlingen? 

Hoe inspireer ik mijn leerlingen?

Ik begon te kijken naar de leerlingen die wél mijn danslessen bleven volgen en vond bepaalde elementen snel terug. Sommigen hadden een beste vriend in de groep, anderen konden goed overweg met de hele groep, of keken zelfs gewoon naar mij op. Als ik dan keek naar de leerlingen die vertrokken waren, dan lag daar ook meteen de oorzaak: ze waren van groep veranderd, hun beste vriend was gestopt of ze haalden een bepaald niveau en vonden mij misschien niet meer inspirerend genoeg. 

Daarom begon ik te bouwen aan een nieuwe reden om naar mijn danslessen te komen. Een reden die niet gericht is op de mensen die aanwezig zijn in de danszaal, maar op wat ze eigenlijk komen doen in die danszaal: leren dansen en de wondere wereld van dans beleven.

De danswereld zit vol met inspirerende mensen en verhalen die wij als dansprofessionals tegenkomen, maar ik denk dat we die inspiratie ook op één of andere manier tot bij de leerlingen moeten krijgen. Daarmee bedoel ik de mensen waarbij dans een essentieel deel van hun leven is. Dat kun jij als docent zijn, maar ook professionele dansers, wedstrijdgroepen, choreografen, organisatoren, oud-dansers, zelfs fotografen op dansevenementen of live-muzikanten. Dans hoeft ook niet het grootste deel van iemands leven te zijn, het moet gewoon deel uitmaken van wie zij zijn.

Ik wilde mijn leerlingen naar buiten laten treden en met deze danswereld buiten de dansschool in contact brengen. Maar hoe? Behalve een eindejaarsvoorstelling, het meedoen aan een danswedstrijd of het bezoeken van een dansvoorstelling, zijn er weinig manieren om leerlingen echt kennis te laten maken met de mensen in de danswereld. Toen bedacht ik me ineens dat de omgekeerde weg ook zou kunnen werken: ik kan de danswereld de dansschool inhalen. 

Doorheen de jaren ben ik drie manieren begonnen te gebruiken om de danswereld dichter bij de leerlingen te brengen en hen zo nog nieuwsgierig te maken naar dans. 

1 | History Class

Een eerste manier die ik gevonden heb om mijn leerlingen ook buiten de les aan dans te laten denken is hen de geschiedenis aanleren van wat we in de dansles aan het doen zijn. 

Breaking is bijvoorbeeld grotendeels een orale (mond-tot-mond) geschiedenis. Dat wil zeggen: je kunt het niet in boeken teruglezen. Daardoor is het nog belangrijker om als dansdocent leerlingen die informatie te kunnen bezorgen. Ik neem als voorbeeld ‘threading’. In mijn beginjaren als dansdocent zou ik enkel hebben uitgelegd wat threading is: de kunst van een open ruimte met je lichaam en eventueel ook de grond te creëren en daar vervolgens een ander lichaamsdeel doorheen te steken. Je neemt bijvoorbeeld met je rechterhand je linkervoet, en door de opening die ontstaat steek je je rechtervoet. In onderstaande video zie je Mr. Wiggles ter illustratie van wat threading nog kan inhouden: 

Nu leg ik mijn leerlingen - kort - de geschiedenis van threading uit, oftewel: hoe het ontstaan is en wie het bedacht heeft. Ik vertel over Mr. Wiggles in de Bronx die eind jaren '70 stopte met breaking en overging naar boogie (technisch hetzelfde als popping, afhankelijk van naar wie je luistert) waarin threads alomtegenwoordig waren. Armen werden toen in alle richtingen door elkaar gedraaid en langzaam maar zeker vond threading zijn weg naar breaking en raakten de benen mee in de mix. Met deze uitleg hebben mijn leerlingen niet alleen geleerd wat ze moeten doen, maar ook hoe en waarom anderen het hebben gecreëerd.

Ik vertel hen ook dat het woord threading komt uit het Engels ‘threading the needle’, wat evenveel betekent als de draad door het oog van de naald krijgen. In het Frans werd het eerst nog ‘passer la clé’ genoemd, de sleutel in het sleutelgat krijgen. In deze geschiedenis vinden we veel triggers die ook terug te vinden zijn in het dagelijkse leven. Als ze in de Franse les het woord ‘clé’ horen, denken ze nu hopelijk aan dans. Als ze naald en garen zien liggen, denken ze aan dans. Als ze het spreekwoord ‘door het oog van de naald kruipen’ leren, of als ze een film of serie zien die plaatsvindt in de Bronx, dan denken ze aan dans.

2 | TV-time

Een van de leukste en meest efficiënte manieren om de danswereld in jouw dansles binnen te krijgen is met beeld en geluid. Waarom proberen je leerlingen warm te krijgen voor een nieuw stuk techniek door het zelf te dansen als ook je de besten van de wereld het kan laten voordoen? Er is in mijn ervaring maar weinig dat leerlingen in een oogwenk zo kan motiveren en inspireren als dans op video. Ik heb een tablet gekocht zodat we in de dansles samen naar video’s kunnen kijken! 

Ik neem opnieuw als voorbeeld threading. Zoals reeds gezegd zou ik in mijn beginjaren uitgelegd hebben dat threading de kunst is van een opening te creëren met een lichaamsdeel en daar vervolgens een ander lichaamsdeel doorheen te steken. Nu gebruik ik graag onderstaand filmpje om het te verduidelijken. Je ziet bboy Lilou op het Nederlandse IBE (International Breaking Event, één van de oudste en grootse battles in de wereld) een set dansen waarbij hij zijn voet nooit loslaat en de ene na de andere thread doet. Dit enthousiasmeert mijn leerlingen meteen: nog voor de video is afgelopen, zijn ze al opgestaan om te beginnen met oefenen. 

‘Handicaps’ zijn een ander creatief concept dat goed werkt op video. Bij handicaps leg je jezelf bewust een beperking op om je creativiteit te stimuleren en nieuwe bewegingen te ontdekken. Ik kan mijn leerlingen minutenlang proberen uit te leggen waarom het belangrijk is dat ze kunnen dansen zonder hun linkervoet ooit op te heffen, maar evengoed kan ik ze bboy Focus laten zien die (ook op IBE) ooit een volledige set deed met - u raadt het - zijn linkervoet ‘aan de grond genageld’. Een meester van het vak zo’n prestatie zien leveren maakt meteen indruk. Ook hier zien de leerlingen direct de praktijk: hoe gebruikt een professionele danser dit om zichzelf uit te drukken? Dat inspireert meer dan alleen de theorie. 

3 | Rolmodellen 

De danswereld is groter dan de dansles of dansschool. Dat spreekt voor zich, maar desondanks wordt het wel eens vergeten. Enerzijds is het belangrijk dat een les besloten blijft, zodat je leerlingen in alle veiligheid kunnen ontwikkelen. Anderzijds vind ik het belangrijk om nu en dan de danswereld tot in de dansles te laten komen. Dit kan met video’s en geschiedenis al gedeeltelijk, maar uiteindelijk heeft niets zoveel impact als een levensechte mens voor je neus! Ik nodig daarom al wel eens oudere leerlingen uit, of een andere docent uit dezelfde dansschool die in een andere stijl lesgeeft. Mocht je een (inter)nationaal bekende danser kennen zou ik niet aarzelen om die ook eens uit te nodigen. Je hebt soms maar één les nodig om leerlingen voor jaren te inspireren.

Dit idee heb ik van mijn voormalig hiphopdocent Steeve Austin. Hij had een wijd arsenaal aan manieren om les te geven - van video’s tot catwalk-oefeningen - maar hij vond het ook belangrijk om de danswereld soms rechtstreeks in de les te brengen. Steeve was choreograaf bij So You Think You Can Dance in België toen Tamara Arruti derde werd in die wedstrijd. Hoewel dans op tv zien altijd wel inspirerend werkt voor mij, was het niets vergeleken met een paar weken daarna naast haar in de les te staan. Steeve had haar uitgenodigd om de les te komen volgen - gewoon als danser - om ons te prikkelen. Plots was iedereen scherp, vroeg niemand om rust en had iedereen een hernieuwde focus op de dans. 

Ik was zelf doodnerveus om naast haar te staan, bang om fouten te maken en keek constant naar haar om te zien hoe zij zich gedroeg. De dagen en weken daarna was ik bezig met haar manier van dansen te vergelijken met de mijne en te zien waar en hoe ik moest verbeteren. De simpele aanwezigheid van een danseres die ik kende van tv - zonder een woord te zeggen of zelfs maar vooraan te staan - was genoeg om een enorme impact op mij te hebben. 

Nu is het niet per se nodig om een nationale bekendheid mee te nemen naar een dansles. De impact komt van de mens, een tastbaar stuk van de danswereld die jouw les binnenkomt. Een oudere leerling of iemand van een wedstrijdgroep kan al impact hebben, simpelweg door eens mee te doen. Ook hier kunnen we threading als voorbeeld nemen. Naast je eigen voorbeelden heb je nu ook die van je uitgenodigde. Je leerling is het gewend om feedback van jou te krijgen - als docent - maar een voorbeeld of compliment van een mededanser komt toch anders binnen. Je kan je leerlingen wel zeggen om hard te werken, maar een echte danser die naast jou hard staat te werken is iets anders. 

Ook hier worden leerlingen geconfronteerd met iemand die de theorie op zijn manier naar de praktijk gebracht heeft. Dat is een voorbeeldfunctie die je als docent niet altijd zelf kan uitoefenen tijdens je les. 

Het waarom

Geen van deze drie tips is een wondermiddel. Ik moet nog altijd enkele weken besteden aan threading voordat mijn leerlingen het echt beginnen door te krijgen. Maar wekenlange oefeningen leren enkel de techniek, de theorie, wat ze moeten doen. De verhalen van Mr. Wiggles, het voorbeeld van Lilou en een oudere leerling naast hen zien trainen zijn ervaringen die echt bijblijven. Dat geeft hen het voorbeeld dat wat je doet slechts het begin is. Ze moeten leren dat dans draait om hoe je iets doet en vooral waarom je iets doet. Als een leerling eenmaal weet waarom die danst, dan kan die misschien nog wel mijn dansles verlaten, maar dan weet ik dat de danswereld altijd dichtbij zal zijn.


WERKPLEZIER & DIDACTIEK

Over één ding zijn dansdocenten het allemaal eens: wat een uitdagend en veelzijdig beroep hebben wij! Door middel van dans kunnen wij leerlingen begeleiden in hun algemene leerproces. Aan de hand van verschillende didactische werkwijzen leren we ze elke keer dat stapje meer. En dat geeft ons voldoening. Als dansdocent sta je er echter meestal alleen voor. Het is vaak creatief zoeken naar oplossingen voor de problemen waar je tegenaan loopt. Hoe bereid je je schooljaar voor? Hoe ga je te werk binnen verschillende contexten? Hoe gaan we de eindvoorstelling vormgeven? Maar vooral… Hoe behoud ik plezier in mijn beroep? Dat alles lees je in de rubriek ‘Werkplezier & Didactiek’!

Cedric Van Eesbeeck

Cedric Van Eesbeeck is redacteur Werkplezier & Didactiek. Als dansdocent geeft hij sinds 2012 les breaking aan kinderen, tieners en volwassenen. Als danser is hij in 2007 begonnen met breaking, maar zijn tochten hebben hem ook naar hiphop, jazz en showdance gebracht. Hij is verbonden met de Leuvense scene en actief in danswedstrijden in België. Daarnaast behaalde hij twee bachelors in bedrijfsmanagement en is hij werkzaam in de verzekeringsmakelarij. Zijn weinige vrije tijd gaat naar koken, moestuinieren en het schrijven van verhalen. Voor Dansdocent.nu reflecteert hij op zijn ervaringen als autodidactische dansdocent.