In de spotlight: dansdocent en masterstudent Rimke Saan
Foto door Jenni Knuchel
INTERVIEW | Bijna zeven jaar geleden startte Rimke Saan (28 jaar) als allereerste redacteur bij Dansdocent.nu. Ook daarbuiten heeft ze het goed voor elkaar: een vaste baan in het speciaal basisonderwijs, volop lesgeven bij Danshuis Haarlem, en regelmatig klussen voor NDT en Dans in School. Toch koos ze om een deel van haar werk te verruilen voor de master Creative Producing in Amsterdam. In dit interview lees je waarom ze juist nú besloot om deze switch te maken.
We kennen jou vooral van de inspirerende lesplannen die je voor ons schrijft. Wat doe je allemaal nog meer?
Op dit moment werk ik voornamelijk voor Danshuis Haarlem. Daar geef ik niet alleen les, maar ben ik ook betrokken bij de organisatie. We zijn momenteel bezig met het uitwerken van de visie van de dansschool en denken we na over hoe we meer kunnen bieden dan alleen het wekelijkse lesje. Ik heb bijvoorbeeld een paar jaar geleden een kindervoorstelling gemaakt met de productiegroep van 12-15 jaar oud: De knipsels van Matisse. Daar mochten alle kinderen van de dansschool en hun vriendjes en vriendinnetjes naar komen kijken. Door dat intern te doen, kon ik een hele productie maken zonder dat daar meteen allemaal gedoe met subsidie en theaters bij moest komen.
Tot voor kort werkte ik ook op een basisschool, waar ik lesgaf aan kinderen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis, red.). En ik werk bij Nederlands Dans Theater als freelance docent. We geven verschillende soorten gastlessen op de basis- en middelbare school. Soms een workshop, soms een lessenreeks. En bij Dans in School doe ik eendaagse dansprojecten. Dan komen we ‘s ochtends met een heel team dansdocenten de school in, een stuk of acht, en aan het einde van de dag dansen de kinderen een voorstelling.
Lees ook: Rimke’s lesplan over de knipsels van Matisse (een lesplan voor jonge kinderen met hetzelfde thema als haar voorstelling)
Hoe kom je aan al die verschillende klussen?
Ik ben iemand die heel actief op zoek gaat naar werk. In het begin Ik ben altijd wel online aan het kijken naar vacatures. Maar ik neem ook proactief contact op met organisaties die ik interessant vind. Bij Danshuis Haarlem heb ik bijvoorbeeld jaren geleden een open sollicitatie gestuurd. Dat was gewoon een kort mailtje, zo van ‘Hoi, ik vind jullie heel tof! Hebben jullie nog iemand nodig?’. Toen kon ik daar beginnen met een stageles en dat heb ik uitgebreid naar waar ik nu sta: ik ben minstens drie dagen in de week bij Danshuis aan het lesgeven en organiseren. Soms is het een kwestie van gewoon hard werken totdat er in een organisatie de tijd en ruimte er is om door te groeien.
Ik heb ook lang geëxperimenteerd met allerlei verschillende klussen om erachter te komen wat bij mij past. Zo ben ik er langzamerhand achter gekomen dat ik het belangrijk vind om me te kunnen binden aan een plek. Dus om echt diep in een organisatie te komen, te begrijpen wat er speelt en daar helemaal onderdeel van te zijn. Tegelijkertijd heb ik een onstilbare honger om zoveel mogelijk nieuwe dingen te zien en te ervaren. Ik wil me dus aan de ene kant verbinden aan mijn leerlingen en collega’s en er voor de volle honderd procent zijn, maar aan de andere kant heb ik ook nieuwe impulsen nodig. Vooral in het onderwijs heb ik het gevoel dat er nog heel veel te ontdekken is voor mij. Dus ik heb Danshuis als vaste plek, en tot vorig jaar ook een vaste basisschool, en daar omheen bouw ik mijn freelance werk.
Lees ook: Rimke’s sollicitatietips en struggles als introverte dansdocent
Wat is de meest verrassende klus die je dit jaar hebt aangenomen?
Iets wat ik nog nooit eerder had gedaan is betrokken zijn in een proces van SLO. Ik ben nu deel van een groep vakexperts die meedenkt over de vertaling van de conceptkerndoelen voor kunst en cultuur naar het specialistisch onderwijs. SLO haalt feedback op bij ons en dat vertalen zij naar een nieuw kader. Wij gaan met dat voorstel weer naar onze collega's op scholen toe om ook hun feedback op te halen, en dat verwerkt SLO dan weer, enzovoorts. Dat proces gaat dus in heel veel stappen… Ik vind het tot nu toe best ingewikkeld om te volgen, want dit is echt een andere wereld voor mij! Ik heb wel lang lesgegeven in het specialistisch onderwijs, maar was alleen bij de praktijk betrokken. Nu kom ik pas echt in aanraking met alle kaders, termen en stappenplannen, het raamwerk. Allemaal documenten die over en weer naar elkaar verwijzen. In het onderwijs staat alles zo duidelijk op papier, in vergelijking daarmee lijkt het of de danswereld ‘maar wat doet’.
Ik mis in de danseducatie soms eenstemmigheid of algemeen begrip. Dat gevoel dat we allemaal werken aan dezelfde missie, een soort kwaliteitskader. Ik vind het heel belangrijk om mijn werk didactisch goed te doen. Ik vraag me continu af: Is het veilig? Aan welke leerdoelen werken we? En welke aanpak kies ik? Maar als ik met een nieuwe collega ga samenwerken is het soms lastig in te schatten vanuit welke aanpak die werkt. Er zijn zoveel verschillende docenten en scholen en ieder doet het op diens eigen manier. Elke opleiding Docent Dans leidt hun studenten ook weer anders op. Ik vind het interessant om die verschillen in het werkveld te zien, maar daardoor wordt het soms wel moeilijk om de kwaliteit van een dansles te beoordelen. En om samen de sector sterker te maken!
Wat mis je nog meer in het werkveld?
Ik heb op veel dansscholen gewerkt, maar ik miste altijd een stukje wederkerigheid. Als dansdocent gééf je vooral. Je bedenkt vanalles en biedt het aan. Die kinderen doen het, ze vinden het leuk, en dan ga je naar huis. Ik merkte op een gegeven moment dat ik me een beetje een amusementsprogramma begon te voelen. Dat de energie die ik gaf niet echt terugkwam.
Bij Danshuis Haarlem voel ik wel die wederkerigheid omdat we op een andere manier werken. Bijvoorbeeld: alle kinderen vanaf tien jaar oud dansen minimaal twee keer, soms zelfs drie keer in de week bij ons. Daardoor bouw ik een persoonlijke band op met mijn leerlingen. En wat ik ze geef zie ik terug, want ze worden beter. Ze vinden het leuk, ze ontwikkelen zich, ze groeien. Ik heb mooie gesprekken met ze en daardoor voelt het alsof ik met een gemeenschap aan het werk ben. Meer als een circulaire energieflow. Daardoor heb ik zelf ook de energie om te blijven groeien en vernieuwen als docent.
Lees ook: Rimke’s tips voor meer betrokkenheid van tieners in de dansles
Hoe school jij jezelf bij?
Ik doe sinds dit studiejaar een master Creative Producing aan de AHK (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, red.). Creatieve producers zijn de mensen die projecten bedenken, organiseren en initiëren. En soms ook uitvoeren, maar dat hoeft niet. Vaak is het iemand die samenwerkingen tot stand brengt. De master gaat diep in op het ontwikkelen van een visie, over hoe jij de wereld ziet en wat je daarin te werk wilt stellen. De gedachte is dat als jij jouw visie helder hebt, je makkelijker kunt samenwerken met gelijkgestemden. En zo kom je dan weer makkelijker aan financiering en middelen. Niet alleen door subsidies maar ook op andere manieren, bijvoorbeeld door met gemeenschappen te werken. De opleiding is ook heel erg vanuit de gemeenschap gedacht. Niet vanuit ‘ik heb zin om dit te maken’, maar vanuit onderzoek: Wat zijn eigenlijk de behoeften van de gemeenschap? Wat kan ik daarvoor betekenen en met wie kan ik daarvoor het beste samenwerken? Daarin zoeken we wederkerigheid tussen de gemeenschap, het publiek en de kunstenaar.
Het eerste jaar gaat tot nu toe vooral over je positie in het werkveld in kaart brengen. Dus we schrijven nu een document over: waar sta je, wat doe je, wat is jouw positie in relatie tot organisaties, financiële middelen en gemeenschappen. Het komende semester gaat over waar je naartoe wilt, je visie op de wereld in relatie tot kunst. In het tweede studiejaar gaan we daar verder aan werken door het maken van een ondernemingsplan.
Er zijn vijftien eerstejaarsstudenten en iets minder tweedejaars. We zijn allemaal geselecteerd juist omdat onze achtergronden zo verschillend zijn. De ene heeft een universitaire opleiding gedaan richting duurzaamheid en doet vanalles met muziek. De ander is beeldend kunstenaar. De eerste maand had ik last van imposter syndrome, ik dacht dat ze een fout hadden gemaakt door mij aan te nemen! Want ik zat zo in die dans- en educatiewereld, en er is zo'n grote wereld hier omheen waar ik niks van had gezien. De master trekt me uit mijn comfortzone en daagt me uit om mijn vizier te openen.
Waarom koos je juist deze master?
Ik heb lang getwijfeld of ik de master kunsteducatie moest gaan doen, maar elke keer… Ik weet niet, het voelde net niet goed en ik kon er niet zo goed mijn vinger op leggen waarom. Tegelijkertijd durfde ik ook gewoon niet zo goed te stoppen met werken! Maar dit jaar heb ik vier maanden thuis gezeten door een enkelblessure. Toen merkte ik: oké, blijkbaar kan ik dus ook gewoon wél stoppen met werken. Ik besefte daardoor ook dat ik de druk op de basisschool hoog vond, want als ik er niet was dan kwam er niks voor in de plaats. Er was helemaal geen vangnet. Daardoor voelde ik me ongezond verantwoordelijk voor de leerlingen en het danseducatieve aanbod.
Precies toen kwam die master voorbij op Instagram. Het was gewoon zo’n moment dat het klikte, dat ik voelde: ik heb hier iets te pakken, dit moet ik onderzoeken. Ik heb nu heel lang hetzelfde gedaan, ik heb me er helemaal in verdiept, en nu loop ik even vast. Dus dit is hét moment om een ambitie te gaan waarmaken waar ik al lang mee rondloop. Namelijk: meer voor de danswereld betekenen dan ik als docent kan.
Wat doe je nu anders, sinds die blessure?
Ik doe natuurlijk bepaalde dingen niet meer mee of voor in de les, zoals springen en rennen. Ik moet daarom soms goed zoeken naar oefeningen die kinderen of mensen snel begrijpen. Omdat ik niet alles kan voordoen moet ik zoeken naar werkvormen die wel werken - en dat zijn er eigenlijk heel veel! Ik heb zelfs zittend lesgegeven en dat vonden de kinderen alleen maar spannend.
Maar de blessure heeft me wel aan het denken gezet over hoe kwetsbaar ons werkveld is. Er overkomt je iets en de dag erna zit je thuis en heb je niks. Je geld raakt op, en je hebt allemaal groepen die op jou rekenen. En om wie je ook geeft, je wil ook dat die mensen een goede vervanging krijgen. Je zit thuis, maar je voelt nog steeds die druk op je schouders. En je mist dat wat je het allerliefste doet. Dat wist ik allemaal rationeel wel, maar toen het gebeurde vond ik het nog veel erger dan ik dacht. Sindsdien denk ik vaker na over de vraag: moet ik op zoek naar zekerheid? Hoe maak ik dit toekomstbestendig? Welk stukje van het werk wat ik nu doe kan ik echt niet loslaten? En van welk stuk kan ik uiteindelijk zeggen: oké, dit is misschien too much?
Op dit moment wacht ik op een operatie en kan ik geen les meer geven. Dat vind ik moeilijk te accepteren, maar het benadrukt wel dat dit hét moment is om een andere weg te gaan bewandelen in de danswereld.
Op welk inspirerend moment met jouw leerlingen blik je het liefste terug?
Voor de master Creative Producing moesten we een manifest van een kunstenaar opzoeken. Wat ik uiteindelijk vond was niet echt een manifest, maar een gedicht van choreograaf Crystal Pite. Zij choreografeerde onder andere The Statement, waar NDT een app bij ontwikkelde waar ik een lessenreeks over schreef. Mijn favoriete zin daaruit was: “your body is your location”. Dat inspireerde me, het idee dat je in je lichaam al op de juiste plek bent. Mijn lichaam is mijn thuis en dat is een bron van zelfvertrouwen en kracht. Je thuisvoelen in je lichaam geeft een soort veiligheid: je bent al oké, je bent precies waar je moet zijn. Waar en met wie je ook bent, je weet dat je kunt terugvallen op jezelf.
“To dance is to investigate and celebrate the experience of being alive. Like life, a dance creates and destroys itself in every moment. Like love, it is beyond reason. Ephemeral as breath, concrete as bone, dance is made of you. You sculpt space. You write with your body in a wordless language that is deeply understood. You grace the space within and around you when you dance. (...) To dance is to heighten your experience of the present moment. Your body is your location - when you dance, you are profoundly engaged in being there.”
*Noot van de redactie: volgens verschillende online artikelen (zoals van Kabuki Club of deze masterscriptie) heeft Crystal Pite deze tekst geschreven voor International Dance Day 2011. Een primaire bron zoals een officiële publicatie van International Dance Day, UNESCO (de organisator) of Pite zelf, hebben we niet kunnen vinden.
De opdracht was om met een groepje medestudenten de kernwaarden uit de verschillende manifesten en quotes te halen. Toen kwamen mijn klasgenoten met het woord ‘zelfvertrouwen’. Dat had ik er zelf eigenlijk helemaal niet bij bedacht, maar ik vond het wel meteen raak. Toevallig viel ik kort daarna in voor een docent dansimprovisatie, voor een groep tieners. Ik vroeg de leerlingen aan het einde hoe ze mijn lesblok vonden en wat ze eruit meenamen. Ik had eigenlijk vooral ingezet op samenwerking, maar wel zes kinderen begonnen ineens over zelfvertrouwen. Dat was een besefmomentje dat ik daar blijkbaar onbewust aan werk met mijn leerlingen. Dat vond ik heel mooi om te horen.
Waar haal jij inspiratie vandaan?
Nou, ik heb dus Spotify uitgespeeld. Ik heb tien jaar lang mijn Spotify afspeellijsten gevuld. Ik heb ze ook allemaal bewaard, van al mijn lessen. En nu heb ik elke week in de Discover Weekly alleen maar goede muziek voor mijn lessen in zitten! Dan komt de inspiratie vaak vanzelf, want vooral voor mijn jazzlessen werk ik met de muziek als startpunt. Op Instagram kent het algoritme mij nog iets minder goed, maar ook daar haal ik veel inspiratie vandaan. Bijvoorbeeld filmpjes van choreografieën, maar ook van oefeningen, warming-ups, fysieke spelletjes met kinderen.
Een dosis Instagram-inspiratie van Rimke:
Maar ik gebruik ook gewoon oldschool een woordweb, associëren op een thema. Ik start met mijn hoofdthema en ga dan lekker schrijven. Alles wat in me opkomt schrijf ik op. Als ik daar lang genoeg mee doorga kom ik vaak tot subonderwerpen die ik niet van tevoren had verwacht. Daar zoek ik dan beweegwoorden bij, dingen die je kunt doen. Die zet ik om naar dansacties en kwaliteiten. Bijvoorbeeld: van ‘schilderen’ naar ‘kwasten’ naar ‘lijnen’ naar de ‘verflasers’ uit mijn lesplan over NDT-app de Parade.
Lees ook:
Improviseren met beweegwoorden: een geslaagde dansles voor jongeren van alle niveaus
Dansen met ruimtegebrek: een lesplan voor groep 3/4 aan de hand van NDT-app Parade
Wat is jouw grote droom?
Een paar jaar geleden was ik op een punt dat ik ineens dacht: alles wat ik wilde, dat heb ik nu. Ik wilde op één school heel veel lesgeven en ik wilde graag vast op een basisschool werken. En ineens kwam dat moment van I did it… En nu dan?! Die schok dat je gewoon je hele leven naar iets toe werkt en dan ineens ben je er...
Ik zou nog wel graag zelf iets willen opzetten. Voor kinderen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis) bijvoorbeeld, een platform of een project waarbij andere docenten kunnen aansluiten. Om dansonderwijs voor hen toegankelijker te maken. Ik zou graag een goede methode ontwikkelen om les te geven aan deze doelgroepen. En dan niet alleen losse lessen maar vooral de langere lijnen. Hoe behoud je elke week, jarenlang de aandacht, motivatie en voortgang van de leerlingen? Die methode zou ik dan kunnen overdragen op dansacademies of pabo’s.
Maar eerlijk, ik weet het ook even niet. Ik ben vooral heel nieuwsgierig wat de master me gaat brengen. Ik ben benieuwd of ik daardoor mijn werkpraktijk moet gaan aanpassen. Of dat ik wat ik leer in de opleiding kan implementeren in mijn huidige werk, en hoe dat dan zou gaan. Ik ben eigenlijk iemand die altijd precies weet wat die wil, dus dat ik nog weinig weet over wat ik hiermee ga doen of hoe - dat is echt de grootste uitdaging voor mij.
Lees ook:
Nieuw jaar? Nieuwe inspiratie voor jouw danslessen met kinderen!
Lesplan voor de winter: dansen in het donker met lichtjes!
Zo laat je jongeren choreograferen met de Prepare-Create-Perform-Respond methode
Rimke’s stappenplan voor succesvolle eindvoorstelling-dansen met jongeren
Of ga naar het overzicht van al Rimke’s artikelen
IN DE SPOTLIGHT
Dansdocent ben je omdat het je passie is, maar wat meer respect en erkenning zou ook fijn zijn. Toch? Daarom interviewen wij regelmatig leden van Dansdocent.nu om hen in de schijnwerpers te zetten en de aandacht te geven die zij verdienen. We vragen hen waarom ze dansdocent zijn geworden, hoe ze het ervaren en wat ze nog zouden willen meemaken. Ook interviewen we regelmatig vooraanstaande en populaire dansdocenten. Laat je inspireren door deze mooie mensen!
Ilja Geelen
Ilja Geelen is hoofdredacteur van Dansdocent.nu. Ze heeft een bachelor Docent Dans van ArtEZ in Arnhem, en een master Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sindsdien combineert ze verschillende rollen als maker, docent, performer, schrijver en organisator. Ze begon haar carrière in Marokko, waar ze twee jaar woonde. Nu choreografeert ze regelmatig in Egypte en woont ze in Marseille.
Ilja begon bij Dansdocent.nu in 2022 als redacteur Young Dance Professional en schreef toen over haar ervaringen als dansdocent in Marokko. Al snel kwamen daar klussen als eindredacteur en nieuwsredacteur bij. En sinds november 2024 dient Ilja Dansdocent.nu als tweede hoofdredacteur. In deze rol is zij verantwoordelijk voor het aansturen van de andere redacteuren.