De BrainDance: een geïntegreerde aanpak van lichaam en brein in de dansles

Fotograaf: Sjoerd Derine.

Fotograaf: Sjoerd Derine.

WERKPLEZIER & DIDACTIEK | Hoe werkt het brein en hoe leren we dansen? Als we dat begrijpen kunnen we onze danslessen structuren om zowel het brein als het lichaam motiveren. Het boek Brain-Compatible Dance Education van de Amerikaanse danspedagoge Anne Green Gilbert (2006) verwerkt inzichten over hoe de hersenen informatie verwerken in een methode voor danseducatie. Ze reikt een 5-stappen-lesplan met daarbij de ‘BrainDance warm-up’ aan. In dit artikel vertel ik je over Gilbert’s methodiek en geef ik enkele inspirerende praktijkvoorbeelden! Is jouw brein er klaar voor?

We leerden het concept van de ‘braindance’ kennen in het vorige artikel van Werkplezier & Didactiek: ‘Internationale Dansdicatiek: gluren bij de ‘theoretische buren’. Anne Green Gilberts theorie en inzichten om het brein dansklaar te maken zijn bij ons nog onbekend. Onbekend maakt echter onbemind. In mijn zoektocht naar een nieuwe methode om mijn leerlingen gefocust en lichaam- en brein geïntegreerd les te laten volgen, breng ik daar nu verandering in! 

Hoe werkt het brein? 

Gilbert (2006) stelt dat het van groot belang is de verschillende delen van de hersenen op een geïntegreerde manier te laten werken om ervoor te zorgen dat het lichaam en de hersenen volledig functioneren. In samenwerking met enkele fundamenten en patronen van Brain Compatible Dance Education maken deze delen onze hersenen klaar, willend en in staat is om te leren. Maar hoe werken onze hersenen?

Onze hersenen zijn (grofweg) opgebouwd uit drie delen: het ‘reptielenbrein’, het ‘zoogdierenbrein’ en het ‘menselijke brein’ (De Kuijper, 2019). Het zogeheten reptielenbrein is evolutionair gezien de oudste laag in onze hersenen en is verantwoordelijk voor onze primaire overlevingsdrang, het reguleren van vitale functies en de grove motoriek. Dit deel ontwikkelt zich al van in de baarmoeder waar sensomotorische vaardigheden ontstaan zoals zien, horen en ruiken. Het stimuleren van het reptielenbrein door middel van beweging maakt onze hersenen alert en bereid om nieuwe indrukken te verwerken, wat ik noem KLAAR om te leren. 

Het zoogdierenbrein is evolutionair gezien jonger en regelt meer onbewuste processen zoals emoties en het geheugen. Ratey (2009), hoofddocent psychiatrie aan de Harvard Medical School, noemt het zoogdierenbrein het rhythm-and-bluescentrum omdat dit centrum ook gedachten, aandacht, emoties en zelfs sociale vaardigheden coördineert. Deze emoties, wanneer positief, maken ons WILLEND om te leren. 

Volgens Ratey (2009) is de werkelijke reden dat we ons goed voelen na een flinke fysieke inspanning dat onze hersenen dan op hun best presteren! Het kweken van spieren en het versterken van hart en longen noemt hij bijverschijnselen. Het doel van lichaamsbeweging is volgens Ratey om het brein te verruimen en in conditie te brengen. Het bevordert leren op drie niveaus:

  1. Verbeter de alertheid, aandacht en motivatie. 

  2. Het bereidt de hersendelen voor om zich met elkaar te verbinden.

  3. Het stimuleert de ontwikkeling van nieuwe zenuwcellen.

Het menselijke brein is evolutionair gezien het jongste deel van onze hersenen, maar wel het meest ontwikkeld bij de mens. Het stelt ons in staat informatie bewust te verwerken en rationeel te redeneren. Het zorgt voor het zelfregulerend vermogen en het initiëren van bewegingen. Deze laag maakt onze hersenen IN STAAT om te leren. 

Anne Green Gilbert is een van de bekendste danspedagogen uit de Verenigde Staten. Wat inspireert deze vrouw? En hoe is zij begonnen als dansdocent? Find out!

De fundamenten van ‘Brain Compatible Dance Education’

Een geïntegreerde aanpak van lichaam en brein in de dansles vraagt dat we de verschillende delen in onze hersenen activeren. In het boek Brain-Compatible Dance Education (2006) beschrijft Gilbert een didactische methode ontwikkeld met deze geïntegreerde aanpak als doel. 

Haar danslessen bestaan uit creatieve dans, vol met improvisatie opdrachten. Hiervoor ontleent Gilbert haar basisconcepten aan Laban. Deze zijn ruimte (maat, level, richting, pad),  focus, tijd (snelheid, tijd, ritme), kracht (energie, gewicht, flow) en lichaam (lichaamsdelen, lichaamsvormen, relatie en balans). Het is echter onduidelijk hoe al deze concepten gekoppeld worden aan de verschillende delen in onze hersenen. Dat legt Gilbert helaas niet expliciet uit, een gemiste kans die ik wél grijp!

Een lesplan ontwikkelen is als het maken van een choreografie (Gilbert, 2006). Elke les zou gebalanceerd en harmonieus moeten zijn, met een sterk begin en einde en een sappig midden. Een ‘brain compatible’ dansles moet volgens Gilbert drie R’s bevatten: Repetition, Relationships en Reflection.

1 | Repetition: het creëren van (nieuwe) rituelen en bewegingservaringen. Het helpt mensen om zich veilig te voelen. 

Haar curriculum gaat, volgens Gilbert, verder dan het standaard handboek dans. Zo benadert ze de eerder genoemde delen van de hersenen op een geïntegreerde manier. Het reptielenbrein wordt daarbij aangesproken door het aanbieden van zowel nieuwe als repetitieve ervaringen. De zintuigen die bij beweging aangesproken worden, maken ons KLAAR om te leren.

2 | Relationships: voeg zowel partner, trio en kleine groepsactiviteiten toe als peerdiscussie en -coaching voor sociale en emotionele ontwikkeling en een grote betrokkenheid. 

Gilbert’s lesinhoud wordt verbonden met het persoonlijke leven van de leerlingen, zowel met het brein als het lichaam, waardoor beide winnen aan kennis. Dit alles moet volgens haar plaatsvinden in een verrijkende leeromgeving waarin de leerlingen zich veilig voelen en emotionele betrokkenheid van belang is. De persoonlijke, gevoelsmatige benadering van leerlingen in het curriculum is nauw verbonden met ons zoogdierenbrein. Ik geloof er in dat dit deel van Gilberts curriculum leerlingen WILLEND om te leren maakt. 

3 | Reflection: het geeft studenten de tijd om te reflecteren op hun eigen gevoelens, ideeën en bewegingskeuzes om zo kritische denkvaardigheden te ontwikkelen. 

Welk onderdeel van het curriculum maakt ons brein dan IN STAAT om te leren? Daar leg ik de link met het belang dat Gilbert (2006) hecht aan het geven van constructieve feedback. Leerlingen komen tot slot in aanraking met de afwisseling van student/docentgestuurd onderwijs, wat hen tot reflectie kan brengen.

Alle voordelen van deze Brain Compatible Dance Education lees je hier. Meer weten? Bestel het boek via Bol.com. Of ga naar de website van Anne Green Gilbert.

De band tussen beweging en een goed functioneren van het denken is biologisch verankerd in het lichaam. Maar hoe pak je deze geïntegreerde wijze van lesgeven nu concreet aan in jouw dansles? Dat vertelt Gilbert (2006) je in haar 5-stappen lesplan, waar de BrainDance onderdeel van uit maakt.

Het 5 stappen lesplan van Anne Green Gilbert

Vanuit bovenstaande, naar mijn mening voor de hand liggende lesvoorwaarden (Brouwer, 2013; Giguere, 2011; North, 1990, Bergman, 2003 en Heijdanus, van Nunen, Hueskens & Verhallen, 2019) ontwikkelde Gilbert (2006) een 5-stappen-lesplan. Deze 5 stappen zijn:

  1. Warming-up

  2. Exploreren van het concept

  3. Ontwikkelen van vaardigheden

  4. Creëren

  5. Cooling Down

Deze opbouw lijkt, net als haar curriculum, weinig te verschillen van onze didactiekboeken als bijvoorbeeld Dans in Samenhang: een flexibele methodiek van Vera Bergman (2003) of DANS! praktisch handboek voor het basisonderwijs van Heijdanus, van Nunen, Hueskens & Verhallen (2019). Met één belangrijk verschil….

Uit deze lesopbouw neem ik mee dat er in elke dansles een element van ‘creëren’ aanwezig moet zijn. De leerlingen gaan dus steeds even zelf als maker aan de slag! Wij, in Nederland en Vlaanderen, leggen daarentegen vaker de nadruk op het aanleren van een choreografie. Het creëren lijkt in de Amerikaanse methodes rond Creative Dance een enorme belangrijke factor te zijn, waarbij de leerlingen benaderd worden vanuit het constructivisme. Bij ons zien we deze aanpak vaker in kunsteducatieve settings op scholen (bijvoorbeeld bij Moos vzw in Vlaanderen), maar weinig in het vrijetijds circuit. 

De warming-up werkte Gilbert (2006) uit naar een vaste routine die in verschillende contexten plaats kan vinden: de ‘BrainDance’. Deze is wél nieuw voor mij! Een warming-up staat bij mij vaak in het teken van landen in de les, het bloed doen stromen, de hartslag naar omhoog brengen en het groepsgevoel aanwakkeren (Bergman, 2003). De BrainDance, daarentegen, legt de nadruk op het verbeteren van het lichaamsbewustzijn en de lichaamscoördinatie, wat een samenwerking is tussen het brein en het lichaam. Op deze nieuwe warm-up ga ik dan ook graag even dieper in.

The mind is like the wind and the body like the sand; if you want to know which way the wind is blowing, you can look at the sand.
— Bonnie Bainbridge Cohen

De BrainDance, een nieuwe methode voor de warming-up

Anne Green Gilbert ontwikkelde een volledige brein-lichaamsoefening gebaseerd op de ontwikkelingspatronen die wij als mens vertonen in ons eerste levensjaar, de BrainDance. Baby’s doen van nature hun eigen ‘breindans’ in hun eerste levensjaar. De BrainDance is ontwikkeld en geïnspireerd op het werk van somatisch beweging pioniers zoals Irmgard Bartenieff en Bonnie Bainbridge Cohen, die deze ontwikkelingspatronen uitgebreid hebben onderzocht en beschreven. Dat zijn:

  1. Adem

  2. Voelen

  3. Centraal-Perifeer

  4. Kop-staart

  5. Boven-onder

  6. Rechts-Links

  7. Cross lateraal   

  8. Evenwicht

Anne Green Gilbert baseerde haar BrainDance op deze acht patronen. Veel dansdocenten maken al gebruik van enkele bewegingspatronen, maar houden niet de essentiële volgorde aan - welke volgens Gilbert cruciaal is! Afhankelijk van hoe een mens zich heeft ontwikkeld zal die een bepaald bewegingspatroon moeilijk vinden. Bijvoorbeeld: sommige mensen zullen meer moeite hebben met cross-lateraal, anderen met evenwicht. Gilbert (2006) gelooft dat door deze BrainDance te doen, je de ‘gaten’ in ontwikkeling alsnog kunt herstellen. 

Bekijk de video voor een uitgebreidere uitleg en voorbeeld van ieder bewegingspatroon:

Gilbert (2006) legt bij deze bovenstaande patronen de grootste link met enkele reflexen die wij als mens toepassen in het dagelijkse leven. Ze verwijst naar de Moro, Palmar-Grasp en Spinal Galant reflexen. Het Moro Reflex, naar pediater Ernst Moro, gaat over onze ademhaling, onze mogelijkheid tot core-distal bewegingen (denk maar aan het maken van een zeesterhouding op de grond), en het behouden van evenwicht. De Palmar & Grasp reflex, waarbij zuigelingen reflexief hun vingers sluiten wanneer in de palm van de hand een voorwerp wordt gelegd, linkt Gilbert (2006) aan het tactiel patroon. Tot slot ontwikkelen we dankzij de Spinal Galant reflex volgens Green (2006) het kop-staart-, het upper-lower patroon en de cross-laterale bewegingsmogelijkheden van ons lichaam. 

De BrainDance kan in iedere context uitgevoerd worden als een excellente volledige brein en lichaam opwarming. Het bereidt ons voor om te leren. De BrainDance is sequential en holistisch. Het maakt mensen bewust van alle verschillende connecties en bewegingsmogelijkheden van het lichaam. Hoe ze apart en samen kunnen bewegingen. Het helpt om te focussen, energie te verkrijgen en klaar te zijn om te leren. Het helpt jou als docent ook om ‘relaxed en ready to teach’ te zijn. Dit door zelf KLAAR, WILLEND en IN STAAT om te dansen en les te geven te zijn. 

Gilbert lijkt hier met de BrainDance een leuke inhoudelijke invulling van de warm-up te hebben uitgevonden. Door haar vaste volgorde in bewegingspatronen biedt ze een standvastig begin van je les. Oftewel, Repetition. Op deze manier creëer je veiligheid en herkenbaarheid bij je leerlingen. De opwarming lijkt geschikt voor leerlingen tot 10 jaar, maar heeft daarna duidelijk nood aan verdieping van jou als docent. Denk daarbij aan het moeilijker maken van de patronen, het gebruiken van de ruimte of verschillende muzikale ritmes. Gelukkig mag en kun je er lekker mee variëren!

Lesopdrachten om het brein dansklaar te maken 

Inspiratie nodig? Hieronder verzamel ik enkele korte lesopdrachten om je op weg te helpen met jouw Brain Compatible Dansles voor verschillende leeftijden. De oefeningen werden gekozen zodat er voor iedere leeftijd wat wils is! 

1 | Contrasten ontdekken ‘eigen ruimte vs. gezamenlijke ruimte’ (Leeftijd 6-8 jaar)

Dansers wisselen tussen bewegingen in de eigen ruimte en de gezamenlijke ruimte. Introduceer niet-verplaatsende bewegingen voor de eigen ruimte en verplaatsende bewegingen voor de algemene ruimte. Cue verschillende manieren om te bewegen. Soms kan het nuttig zijn voor leerlingen om visuele aspecten te hebben zoals een plek om hun eigen ruimte te markeren door het leggen van een hoepel..

Deze oefening is Braincompatible omdat je evenwicht, adem, tactiel patronen integreert. Daarnaast zet het in op het element ruimte.

2 | Shake the space: Actie -Reactie (Leeftijd 8-10 jaar)

Op een pauze in de muziek zeg je ‘shake the space’. Wanneer de muziek speelt shaken de leerlingen verschillende lichaamsdelen op verschillende levels. Bij de volgende pauze zeg je “laat de ruimte jou schudden”. Deze keer moeten de leerlingen reactieve bewegingen creëren alsof de ruimte hen beweegt. Gebruikt verschillende woorden zoals knijp, wrijven, duw, draai, schilder,.... de ruimte. 

Deze oefening is braincompatible omdat je de tactiele, core-distal en evenwicht patronen integreert. Daarnaast zet het in op het element lichaam.

3 | De over- machine (Leeftijd: 8-12 jaar)

Vraag aan de leerling om een over-machine te creëren. De eerste danser neemt een vorm aan, de tweede bedenkt een vorm die daarbij inhaakt en verbindt zich. Dit altijd in een houding/vorm die het woord ‘over’ symboliseert. Dit kan je met verschillende voorzetsels doen. Je kan dit eventueel aanpassen met een beweging in plaats van een houding, op tempo in de muziek bewegen, met termen uit andere talen inzetten, …

Deze oefening is braincompatible omdat je je evenwicht, adem, tactiel, core distal, patroon integreert … Daarnaast zet het in op het element ruimte en tijd. 

Een aanvulling op je lespraktijk

Gilbert (2006) lijkt te argumenteren dat het van belang is de verschillende delen van de hersenen geïntegreerd te benaderen binnen de dansles. Haar aangehaalde argumenten hiertoe zijn voor mij minder vernieuwend dan op voorhand gedacht. Dat geldt ook voor de invulling van concrete lessituaties. Wel is haar boek daadwerkelijk een aanvulling op de Nederlandse literatuur. Het geeft ons namelijk inzichten over het belang van de koppeling tussen de motorische ontwikkeling in ons eerste levensjaar en onze verdere bewegingsontwikkeling, alsook de connectie tussen brein en lichaam. 

In de komende artikels ga ik op zoek naar andere breingerichte benaderingen van de dansles in Nederland! 

Bronnen

  • Bergman, V. (2007). Dans in Samenhang. Utrecht: De Kunstconnectie.

  • Brouwer, A. (2013). Hedendaagse dans in het primair onderwijs. Geraadpleegd op 10 oktober 2017.

  • De Kuijper, J. (2019). Dans is de ultieme braintraining. Dansdocent.nu Geraadpleegd op 4 februari 2020.

  • Giguere, M. (2011). Dancing thoughts: an examination of children’s cognition and creative process in dance. Research in Dance Education, 12(1), 5-28.

  • Gilbert, A.G. (2006). Brain-compatible dance education. Reston, VA: Shape America.

  • Heijdanus-de Boer, van Nunen, Hueskens, Verhallen (2019). DANS! Praktische handboek voor het basisonderwijs. Bussum, Nederland: Coutinho.

  • North, M. (1990). Movement & Dance Education. Plymouth, UK: Northcote House Publishers. 

  • Scherder, E. (2014). Laat je hersenen niet zitten. Hoe lichaamsbeweging je hersenen jong houdt. Amsterdam, Nederland: Athenaeum

  • Ratey, J. (2009). Bewegen voor een beter brein. Revolutionaire nieuwe inzichten in het effect van lichaamsbeweging op de hersenen. Amsterdam, Nederland: Hogrefe Uitgevers.


WERKPLEZIER & DIDACTIEK

Over één ding zijn dansdocenten het allemaal eens: wat een uitdagend en veelzijdig beroep hebben wij! Door middel van dans kunnen wij leerlingen begeleiden in hun algemene leerproces. Aan de hand van verschillende didactische werkwijzen leren we ze elke keer dat stapje meer. En dat geeft ons voldoening. Als dansdocent sta je er echter ook vaak alleen voor. Het is vaak creatief zoeken naar oplossingen voor de problemen waar je tegenaan loopt. Hoe bereid je je schooljaar voor? Hoe ga je te werk binnen verschillende contexten? Hoe ga je om met blessures? Hoe gaan we de eindvoorstelling vorm geven? Maar vooral… Hoe behoud ik plezier in mijn beroep? Dat alles lees je in de rubriek ‘Werkplezier en Didactiek’!

Maud klein.png

Maud Tielemans

Maud Tielemans is redacteur Werkplezier & Didactiek. Ze studeerde danseducatie (BA) en kunsteducatie (MA) bij Codarts. Daarnaast studeerde ze kunst- en cultuurmanagement aan de Universiteit Gent. Momenteel werkt ze als docent pedagogiek bij Codarts, als onderzoeker aan LUCA School of Arts en als dansdocent bij het DKO in Vlaanderen. Voor dansdocent.nu vertaalt ze wetenschappelijk onderzoek naar praktische tips zodat dansdocenten het hele jaar door met plezier lesgeven.