Creëer betrokkenheid door te dansen met prentenboeken

Peuterdansles van  Guendoline Hagenstein . Fotograaf:  Sjoerd Derine . © Dansdocent.nu

Peuterdansles van Guendoline Hagenstein. Fotograaf: Sjoerd Derine. © Dansdocent.nu

MUZIEK & LESMATERIAAL | Wie écht de aandacht van jonge kinderen wil trekken en hun creativiteit wil prikkelen, zal met een goed verhaal moeten komen. Jonge kinderen leren beter en met meer focus, enthousiasme en betrokkenheid, wanneer zij leren in context. Prentenboeken zorgen ervoor dat een thema gaat leven en zijn daarom een uitstekend uitgangspunt voor de dansles. In dit artikel lees je meer over werken met thema’s en het gebruik van prentenboeken in danslessen voor het jonge kind (4-8 jaar).

Betrokkenheid 

Waar volwassenen vaak de fout in gaan, is het inschatten van thema’s die leven bij de kinderen en geschikt zijn voor betekenisvol leren. Of we komen niet verder dan een groot, overkoepelend en voor de hand liggend thema als ‘zomer’, ‘kerst’ of ‘vakantie’. Het lijkt ideaal omdat je er alle kanten mee op kunt, maar een groot thema staat verdieping in de weg. Het resultaat is dat de kinderen minder bij de dansles betrokken zijn dan je had gehoopt. 

Betrokkenheid bij het lesmateriaal is belangrijk omdat het zorgt voor een grotere ontwikkeling bij kinderen, waardoor zij hun zin in leren vergroten en met maximale kansen voorbereid worden op het latere leven. Professor en onderwijskundige Ferre Laevers is de grondlegger van ErvaringsGericht Onderwijs (EGO) en heeft veel onderzoek gedaan heeft naar de betrokkenheid van kinderen in het onderwijs. Laevers ontwikkelde ook de Leuvense Betrokkenheidsschaal (LBS). Dit meetinstrument maakt het mogelijk om betrokkenheid te meten op basis van zichtbare kenmerken. 

Wanneer kinderen niet betrokken zijn bij de les dan merk je vaak dat zij treuzelen, een neutrale mimiek hebben, niet taakgericht bezig zijn, een dromerige blik hebben of routinematig (op de automatische piloot) handelen. Leerlingen zijn volledig afgehaakt of bezig met schijn-activiteit: het treffen van voorbereidingen, maar niet het uitvoeren van de oefening zelf.

Betrokkenheid zie je daarentegen bij kinderen terug in leergierigheid, concentratie, nauwkeurigheid, creativiteit, focus en enthousiasme. De blik is nagenoeg ononderbroken gericht op de handelingen en het lesmateriaal. Bij luistermomenten zie je soms het tegengestelde; Een sterk naar binnen gerichte blik verraadt dan de inwendige mentale activiteit. 

Om betrokkenheid te creëren is het belangrijk je thema goed af te bakenen. Een van de manieren waarop je dit in je dansles kunt doen is door gebruik te maken van een prentenboek en de thema’s die daarin verstopt zitten. Lees snel verder om te ontdekken hoe prentenboeken gebruikt kunnen worden in de dansles.

Stap 1: Een geschikt boek kiezen

Kies een prentenboek dat niet alleen aansluit op de leeftijd van de kinderen, maar ook op de woordenschat van de kinderen. Geef je les in een wijk waar veel kinderen een anderstalige opvoeding genieten? Kies dan bijvoorbeeld een prentenboek met relatief korte zinnen, veel herhaling en grote platen waarop je gemakkelijk de meest essentiële situaties, personages en voorwerpen kunt aanwijzen.

Ook moet het boek aansluiten op de belevingswereld van de kinderen. Kies een thema dat voor alle kinderen herkenbaar is. Wil je een les geven omtrent een winters thema, maar geef je les in een wijk waar haast geen kinderen wonen die op wintersport gaan? Baseer je les dan niet op een prentenboek over skiën en snowboarden, maar op een thema als ‘kou’, omdat dat voor alle kinderen herkenbaar is. Jonge kinderen zijn meer betrokken wanneer zij zich kunnen inleven in het thema. 

De voorkeur gaat uit naar prentenboeken waarvan de kans groot is dat de kinderen deze al eens aangeboden gekregen hebben in een andere situatie: thuis, op school of op de buitenschoolse opvang. De dansles vormt op die manier een middel voor creatieve verwerking van de kennis en woorden die de kinderen eerder al hebben opgedaan aan de hand van dit boek. Zij moeten dezelfde woorden en kennis tenslotte meerdere keren en op verschillende manieren aangeboden krijgen om ervoor te zorgen dat de stof blijft hangen. 

Tips voor het kiezen van een prentenboek

  1. Tijdens de jaarlijkse Kinderboekenweek kun je in boekhandels voor €7,25 het prentenboek van de kinderboekenweek kopen. Bij besteding van minimaal €10,00 krijg je bovendien het kinderboekenweekgeschenk cadeau. Je doet er goed aan om tijdens dit tiendaagse boekenfeest de dansles te baseren op het prentenboek en het thema dat dan centraal staan. Zo zorg jij met je les voor een extra dimensie in het leerproces en bied je kinderen de kans het thema op een dansante manier te ervaren en verwerken. De eerstvolgende kinderboekenweek is van 2 tot en met 13 oktober 2019.

  2. Neem ook eens een kijkje in een kringloopwinkel of op een rommelmarkt. Leuke prentenboeken hoeven namelijk niet duur te zijn. Bibliotheken beschikken bovendien over een gevarieerd aanbod online te downloaden e-books. Deze e-books kun je gebruiken wanneer je op een groot scherm de platen wilt laten zien. Ook op YouTube zijn talloze prentenboeken te vinden. Vaak zijn deze zelfs al voorzien van bruikbare muziek! Bekijk eens de afspeellijst ‘Digitale prentenboeken’.

  3. Houd de website en nieuwsbrief van Dansdocent.nu in de gaten voor vijf kant-en-klare voorbeeldlessen die de komende maanden gepubliceerd worden! Deze danslessen zijn gebaseerd op de prentenboeken: Florians Dans, Rupsje Nooitgenoeg, De mooiste vis van de zee, Wij gaan op berenjacht en De Gruffalo. 

Stap 2: Thema bestuderen en afbakenen

Lees en bestudeer jouw gekozen prentenboek aandachtig. Zo ontdek je de onderliggende thema’s van het verhaal en de verborgen (morele) boodschap van de auteur. Kijk of je in het gekozen prentenboek één betekenisvol fragment of aspect kunt vinden dat als rode draad voor jouw dansles kan dienen. Hierbij geldt: minder is beter! Hoe beter het thema is afgebakend, hoe meer ruimte er ontstaat voor verdieping. Afbakenen zorgt bovendien voor samenhang binnen de les. 

Stel dat je een les wilt geven binnen het thema ‘zomer’. Dan zou je het boek Plons! kunnen gebruiken, of Kikker en de warme dag. Door binnen het omvangrijke begrip ‘zomer’ een deelthema als ‘hitte’ of ‘zwemmen’ te kiezen, ontstaat vanzelf meer samenhang tussen de verschillende dansactiviteiten waaruit de les bestaat. Met het uitproberen van verschillende manieren van bewegen door water kun je een hele les zoet zijn. Want hoe beweeg je onder water? En wat als alleen je benen onder water zijn, beweeg je dan anders? Wat gebeurt er met je ademhaling onder water? Kun je heel lang onder water blijven, of maar kort? 

Stap 3: De les voorbereiden

Verplaats je in de nieuwsgierige en ontdekkende aard van jonge kinderen en bedenk vragen die hen zullen prikkelen om middels dans op onderzoek uit te gaan. Op basis van deze vragen kun je dansactiviteiten bedenken en materialen uitzoeken. 

Tastbare spullen maken het voor kinderen makkelijker zich in te leven in het verhaal. Zoek relevante attributen, afbeeldingen, video’s en natuurlijk muziek. Denk aan het gebruik van knuffels en (hand)poppen voor tijdens het voorlezen en andere thema-gerelateerde materialen waarmee gedanst kan worden. Zorg ook voor een afwisselend muziekaanbod dat verschillende bewegingskwaliteiten uitlokt en het thema vanuit verrassende hoeken belicht.

Stap 4: Het boek voorlezen 

Begin met het doorbladeren van het boek. Laat de kinderen vertellen wat ze zien op de platen, over wie zij denken dat het boek gaat, wat er volgens hen met deze personage(s) gaat gebeuren en hoe het verhaal zal eindigen. Zo betrek je de kinderen al voor het voorlezen bij het verhaal. Laat tijdens het voorlezen de platen zien en gebruik verschillende stemmetjes om de personages tot leven te wekken. Pak uit met je mimiek en maak er echt een show van! Wedden dat de kinderen één en al aandacht zijn? 

Maak je niet druk als sommige kinderen het verhaal al kennen. Anders dan oudere kinderen vinden jonge kinderen de voorspelbaarheid van bekende boeken namelijk heel prettig. Zij ervaren vaak een vorm van trots wanneer ze bepaalde elementen van het boek kunnen ‘’voorspellen’’. 

Stap 5: Dansen en improviseren

Zorg ervoor dat de dansles voldoende ruimte biedt voor eigen inbreng van de kinderen. Bedenk improvisatieoefeningen die de creativiteit en expressie van de kinderen stimuleren. Zo geef je gehoor aan de behoefte van de kinderen om de zojuist opgedane inspiratie te verwerken in dans. In hún dans! 

Een voorbeeld van improvisatiegericht dansen bij het boek Rupsje Nooitgenoeg is het dansen met gekleurde linten aan de armen om de bontgekleurde vlinder na te bootsen. Dit materiaal ondersteunt de verbeeldingskracht en lokt nieuwe manieren van bewegen uit. Stel de kinderen vervolgens de vraag: “Hoe dans jij als je je mooi en trots voelt?” De kinderen krijgen op die manier de kans om aan de hand van dans en een plaat uit het boek het thema ‘zelfvertrouwen’ te verkennen. 

Heb jij een vraag voor onze redacteur Bo van Hagen over het creëren van betrokkenheid in jouw danslessen? Laat dan jouw vraag achter als opmerking onderaan dit artikel! 


Muziek & Lesmateriaal

Als dansdocent ben je veel tijd kwijt met voorbereiding. Uren die niet betaald worden. Vooral muziek zoeken voor een nieuwe les is een hels karwei. Wie kent er nog een leuk liedje over de winter? Of over vlinders? Leeuwen? Bijen? En welke oefening doen we daar bij? Help! Onze redacteur Muziek & Lesmateriaal schrijft artikelen met oefeningen en lesplannen voor danslessen voor kinderen. Deze worden vergezeld van muzieksuggesties, zodat jullie nooit meer lang hoeven te zoeken naar een geschikt muzieknummer! 

16143813_10208588738861376_918661474215809054_o (2).png

Bo van Hagen

Bo van Hagen is redacteur Muziek & Lesmateriaal voor kinderen. Ze heeft dans gestudeerd aan de Nationale Balletacademie en Codarts. Momenteel doet ze de pabo met een interesse in creatieve en progressieve vormen van onderwijs. Voor Dansdocent.nu stelt ze inspirerende lesplannen samen, compleet met muzieksuggesties.