Ben je helemaal dol op ballet? Specialiseer je dan tot balletdocent!

Balletdocent: Patricia Velasquez. Fotograaf: Sjoerd Derine.

BIJSCHOLING & OMSCHOLING | Er lijkt een schrijnend tekort te zijn aan dansdocenten, met name balletdocenten. Dat is één van de redenen dat onze redacteur Saskia Sap onlangs het artikel ‘Waar is de balletdocent gebleven?’ schreef. Op dit moment is er in Nederland en België helaas (nog) geen bachelor- of masteropleiding voor dansers die zich enkel willen focussen op balleteducatie. Maar wat als je nu (een betere) balletdocent wilt worden? In dit artikel vertellen we daarom waar je wél vervolgopleidingen en bijscholing kunt volgen.

Zij gingen je voor…

Marieke van der Heijden

Ik geef leiding op mijn eigen balletschool in Amsterdam en ben op de Nationale Balletacademie verantwoordelijk voor de pre-NBA, en sinds kort ook werkzaam als coördinator Scouting & Outreach. De ABT National Training Curriculum in New York was voor mij de meest bevestigende en samenvattende cursus van mijn opvattingen over balletles. Ik volgde er twee cursussen: ‘pre-primary through level 3’ en ‘level 4 and 5’. Verder vind ik de Progressing Ballet Technique een waardevolle aanvulling.

Bianca Groenewegen van der Weiden - Kloet

Ik heb mijn eigen balletschool (Ballet- en dansschool Bianca Danst) waar ik balletlessen geef aan alle leeftijden, van kleuters tot en met 50-plussers. Ik heb indertijd de docentenopleiding gevolgd aan de Rotterdamse Dansacademie met als specialisatie klassiek ballet en moderne dans. In de jaren na mijn afstuderen ben ik altijd bijscholingen blijven volgen. Het hebben van een specialisatie maakt denk ik dat je naar buiten toe kan aangeven dat dit hetgeen is waarin je als docent of school ook echt iets te bieden heb.

Alejandra Garcia Neyla

Nadat ik stopte met dansen trok ik voor een paar maanden naar New York en behaalde daar mijn ABT National Training Curriculum diploma. Het was een ontzettend fijne ervaring. Het was niet alleen mijn eerste docentendiploma, maar ik kon ook leren van mensen die ik echt bewonder. Zoals Mr Raymond Lukens and Mr Franco De Vita. Een jaar later ben ik begonnen met een master in Ballet Pedagogy, een vierjarige studie aan de Conservatorio Superior de Danza "María de Ávila" in Madrid.

Ballettechniek en -didactiek

De ‘taal’ van het klassiek ballet is voor het eerst vastgelegd aan de Académie Royale de Musique et de Danse, in 1661 in Parijs opgericht door de Franse koning Louis XIV. Binnen dit instituut werden hofdans en hofmuziek geprofessionaliseerd. In de achttiende eeuw is de ballettechniek verder ontwikkeld door de Fransman Auguste Vestris en de Italiaan Carlo Blasis. In deze tijd werden de tutu’s korter en lichter en er werd voor het eerst op spitzen/pointes gedanst, waardoor er meer nadruk kwam te liggen op de ‘lijnen’ van de lichamen van de dansers. In de basis is de ballettechniek sinds deze tijd weinig veranderd, maar het vocabulaire (de danspassen) en de moeilijkheidsgraad is enorm toegenomen (Warren, 1989). 

Afhankelijk van in welke landen het ballet populair is geweest en zich verder heeft kunnen ontwikkelen, is de stijl, techniek en didactiek mee veranderd (The Grand Theatre Blackpool, 2018). De meest bekende stijlen en didactische methoden zijn:

Er is dus niet één manier van ballet dansen of lesgeven, en om een succesvolle carrière als balletdanser te hebben is het ook belangrijk om in meerdere stijlen getraind te zijn (Warren, 1989). Op de hbo-opleiding van de Nationale Balletacademie in Amsterdam ligt de nadruk op “een synthese van Franse en Russische trainingstechnieken”, maar is er ook nadrukkelijk aandacht voor “neo-klassiek en hedendaags dansrepertoire, zoals van George Balanchine, Marius Petipa, William Forsythe, Jiri Kylian, David Dawson en Christopher Wheeldon. En natuurlijk [voor] het repertoire van grote Nederlandse choreografen als Hans van Manen, Rudi van Dantzig, Toer van Schayk, Ted Brandsen en Nils Christe”. 

Op dansscholen in Nederland en België worden vooral de eerste drie methoden veel gebruikt: Vaganova, Cecchetti en de methode van de Royal Academy of Dance, die eigenlijk weer een samensmelting is van de Franse, Italiaanse, Russische en Deense stijlen. Binnen het amateurwerkveld is de keuze voor een didactische methode echter vrij en meestal gebaseerd op de onderwijskundige en artistieke inzichten van de balletschooleigenaar. Daardoor zijn er allerlei variaties te zien! Maar ook al zijn er misschien verschillen in stilistische uitvoering en terminologie, deze hebben in principe geen invloed op het aanleren en ontwikkelen van de (basis)bewegingen van de klassieke ballettechniek; een plié blijft een plié, een pirouette een pirouette, een attitude croisé derrière een attitude croisé derrière… 

Het aanleren van welke beweging dan ook vindt dus plaats vanuit de kennis, ervaringen, didactische vaardigheden, creativiteit en persoonlijke artistieke inzichten van de balletdocent. Maar hoe houd je deze deskundig en up-to-date?

Wil je toegang krijgen tot al onze bijscholingstips? Log dan in om verder te lezen!


BIJSCHOLING & OMSCHOLING

We vroegen op Facebook waar dansdocenten meer informatie over willen hebben. Het antwoord was unaniem: bijscholing! Daarom lees je voortaan op Dansdocent.nu in de rubriek ‘Bijscholing & Omscholing’ over een aanvullend of alternatief beroep. Zoals pilatesdocent, yogadocent, fysiotherapeut, danstherapeut, oefentherapeut, fotograaf, etc. Wij vertellen je wie jou zijn voorgegaan, waar je de opleidingen kunt volgen en wat het je oplevert. Daarnaast vind je bij de boekentips voldoende inspiratie voor verdieping van je eigen danslessen!

Jacqueline de Kuijper

Danswetenschapper Jacqueline de Kuijper is de oprichter en hoofdredacteur van Dansdocent.nu. Ze studeerde danswetenschappen aan Mills College in Californië. Tijdens haar bachelor aan University College Utrecht studeerde ze theaterwetenschappen, kunstgeschiedenis en psychologie. Haar scherpe pen en onderzoekende geest zet ze sinds 2019 in om dansdocenten te inspireren. Naast het aansturen van de andere redacteuren, is ze verantwoordelijk voor de rubrieken ‘Bijscholing & Omscholing’ en ‘Internationaal Dansonderzoek’.