Dansdocent Lenneke Gentle: "Dans wordt teveel gezien als podiumkunst."

‘Wat is de relevantie van dans?’ Sinds de conferentie The Relevance of Dance in maart 2016 is deze vraag in mijn hoofd rond blijven spoken. Dat weekend werd er vooral gediscussieerd over de relevantie van dans als podiumkunst om naar te kijken. Een aanpak die mij onbevredigd achterliet, omdat ik zelf vooral wil weten wat de relevantie van dans als activiteit is: ‘Waarom zouden meer mensen moeten dansen?’ Ik besluit de vraag voor te leggen aan inspirerende en vooruitstrevende dansondernemers binnen mijn netwerk.

Dansdocente Lenneke Gentle, initiatiefnemer van Danspiratie en de gelijknamige Facebookgroepen en conferentie, is de eerste die ik ondervraag. Deze maand twee jaar geleden startte zij de Facebookgroep Danspiratie: vakgroep waar dansdocenten kennis delen. Op het moment is ze druk bezig met de voorbereidingen van alweer de tweede Danspiratie Conferentie Leren = Transformeren een dag waarop dansdocenten uit Nederland elkaar kunnen ontmoeten en van elkaar kunnen leren over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van danseducatie. Op een mooie nazomermiddag spreken we af in Woerden om onder het genot van een cappuccino (voor Lenneke) en een verse jus (voor mij) samen te brainstormen over de relevantie van dans als beweging…

Lenneke Gentle, wat betekent dans voor jou?

“Toen ik elf was zag ik de film Anna en toen wist ik direct: “Ballet, dat is het! Dat wil ik doen.” Ik was hartstikke introvert, verlegen en had totaal geen zelfvertrouwen, maar sinds die eerste balletles weet ik dat ik een beter mens kan worden door te dansen. Dans brengt je dichter bij jezelf en haalt je tegelijkertijd uit jezelf. In de balletles had ik het gevoel dat ik thuiskwam, het heeft mij zelfverzekerder gemaakt.”

Wat leert iemand die leert dansen? 

“Als je leert dansen dan leer je kennismaken met je eigen lichaam, je eigen persoonlijke grenzen. Je leert jezelf te bewegen op de muziek en de beleving daarbij naar buiten te laten komen. Dat is ook wat ik aan kinderen leer als ze bij mij komen dansen.

Wat ik verder zie bij de kinderen die ik lesgeef (Gentle helpt peuters en kleuters taal en rekenen te leren middels dans bij Studio Swing, red.) is dat dans zo sociaal is en zo leuk dat ze er helemaal van opleven. Als je dat theoretisch gaat bekijken: als je danst gaat je bloed sneller stromen, het gelukshormoon komt vrij, de hersenen stellen zich open – want het is leuk. Kinderen leren al dansend sneller dan wanneer de stof alleen maar zittend in de klas wordt aangeboden.”

Waarom zouden meer mensen moeten dansen?

“Dans wordt vaak gezien als kunstvorm of als sport, maar daarnaast kan dans veel doen voor de brede ontwikkeling van kinderen en volwassenen. Die beleving vans dans met anderen en die muziek, ja, het blijft iets magisch. In het leven van mensen kan dans een hele grote rol spelen voor het algemene welzijn. Daarom denk ik ook dat dans als middel nog ontzettend veel kan betekenen in de maatschappij, maar ook in het bedrijfsleven en in het onderwijs.”

Is dat wat het zo moeilijk maakt om te spreken over de relevantie van dans? Dat dans zo breed is en zoveel kan betekenen, dat het moeilijk is er een heldere statement over te maken?

“Ik denk dat dans te veel wordt gezien als podiumkunst. Toen ik zelf ging zoeken naar de waarde van dans als middel in het onderwijs en het belang van dans en beweging voor de ontwikkeling van de hersenen kon ik bijna geen onderzoeken vinden. Het onderzoek dat ik wel vond kwam voornamelijk uit de Verenigde Staten. Mensen willen dans misschien ook niet zien als middel.

Mijn gevoel zegt dat wij als dansdocenten in Nederland beter zouden kunnen verwoorden wat dans voor mensen kan betekenen, bijvoorbeeld voor hun zelfvertrouwen, gezondheid, ontspanning en wederzijdse acceptatie en respect… dan zullen hopelijk meer mensen gaan dansen!”

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer mensen gaan dansen?

“Door samen te werken! Alles wat wij willen als kunstdocenten is dat dat iedereen in Nederland meer in aanraking komt met kunst, zo ook met dans. Ik denk dat als we dat hogere doel voor ogen blijven houden en we ons meer gaan openstellen voor elkaar, dan kunnen we gaan samenwerken. Ik vind dat ook nog moeilijk soms, maar ik wil wel graag dat gesprek aangaan met collega’s over wat we kunnen doen om dat doel te bereiken. Daarom organiseer ik zondag 25 september de Danspiratiemiddag Heel Holland Danst, waarbij we werken aan een promotieplan voor danseducatie in Nederland.”

Wat is het grootste obstakel voor een gezamenlijke visie over de waarde van dans? 

“Veel dansdocenten zijn met name bezig met hun eigen lessen, maar het dansdocentschap omvat nog zo veel meer. Wat je ook ziet binnen de danswereld, is dat dansdocenten over het algemeen bang zijn van elkaar of elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Dat komt het dansklimaat in een stad natuurlijk niet ten goede!

Ik zag dit ook bij mijn eigen studio. Ik werkte met twintig docenten samen en dat ging niet helemaal van een leiden dakje. Pas toen ik het gemeenschappelijke gedachtengoed centraal ging stellen, werd er onderling meer kennis gedeeld. Dat was voor mij een eye-opener. Dat ik door te staan voor waar ik in geloof, andere mensen aantrek met eenzelfde visie. Toen heb ik de Facebookgroep Danspiratie opgericht om elkaar te kunnen helpen en ontlasten.”

Twee jaar geleden startte je de Facebookgroep Danspiratie: vakgroep waar dansdocenten kennis delen. Binnen acht maanden had de groep duizend leden. Nu zijn dat er 1.826 met nog elke week nieuwe leden. Een groot succes. Of niet?

“Dit succes kwam voor mij onverwachts en ik ben er enorm dankbaar voor. Toch sta ik wel eens onder de douche en denk ik bij mezelf: “Waar ben ik mee bezig? Ben ik hen aan het overtuigen van mijn visie? Willen ze elkaar wel als collega gaan zien? En waarom is dit zo belangrijk voor mij?”

In februari ging het even goed mis, collega’s werden onbeleefd naar elkaar en er ontstond een vijandige sfeer in de groep. Dan probeer ik altijd weer terug te gaan naar het basisgevoel: respect voor elkaar als mens en collega. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar een volwassen gesprek bevat altijd collegiaal respect. Laatst hebben we dan ook een zeer respectvolle, maar heftige discussie gehad over wat een dansdocent moet kunnen om peuterdans te geven. Dan ben ik trots op de ontwikkeling die we al samen hebben doorgemaakt.

De weg van concurrent naar collega is lang, maar het is wel wat nodig is om meer mensen in aanraking te laten komen met dansen en als sector sterker te staan. Aanvankelijk zag ik mijzelf met een witte vlag op de barricade staan, vol ‘strijdlust’. Die strijd heb ik laten gaan. Ik probeer nu gewoon anderen te inspireren met mijn visie.”

Op 20 november 2016 vindt bij UCK alweer de tweede Danspiratie Conferentie Leren = Transformeren plaats. Hoe draagt de jaarlijkse Danspiratie conferentie eraan bij dat dansdocenten elkaar als collega’s gaan beschouwen?

“Dat dansdocenten elkaar eindelijk echt gaan ontmoeten! Dat we naast samen workshops volgen ook eens met elkaar gaan praten. Ik vond het zo leuk dat je vorig jaar zag dat mensen tijdens de lunch bij elkaar gingen zitten met mensen die ze nog nooit hadden gezien, maar wel al van Facebook kenden. Die warme collegiale band kan dan ontstaan. Dit jaar geven we daarom ook de optie dat je ’s avonds na de workshops met elkaar uit eten kan om verder te praten.”

Wat heb je voor ogen voor de toekomst van Nederland dansland?

“Een dansklimaat in Nederland waarin dansdocenten durven samen te werken, elkaar om advies durven te vragen en lesstof met elkaar durven te delen. Dat er in plaats van de eeuwenoude concurrentiestrijd rust, acceptatie en inspiratie kan komen. En dat er veel meer mensen door die samenwerking kunnen gaan dansen! Maar om dat te bereiken moet er eerst nog een breder draagvlak voor deze visie komen en moeten er sterkere lokale netwerken (zoals Dans Utrecht, red.) gaan ontstaan van dansdocenten die elkaar steunen. Nodig elkaar eens uit voor een kop koffie. Ga bij elkaars lessen kijken en helpen bij voorstellingen. Stuur leerlingen naar elkaar door. Leer van elkaar! Dan gaan wij ook tijd overhouden om ons als beroepsgroep te ontwikkelen.”

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op 23 januari 2016 op het online platform Cultuurpers.

Jacqueline de Kuijper